Anders leren

Maaike kan u helpen door de communicatie rondom de behoefte van uw kind met de leerkracht te verbeteren. Bewustwording is bij Kind-met-zelfvertrouwen altijd stap één. Hoogbegaafde kinderen denken en leren anders dan de gemiddelde leerling. Ze maken grotere denksprongen, leren Top down in plaats van Bottom up, ordenen en sorteren informatie en leggen al op heel jonge leeftijd verbanden.

Top-down leren

Hoogbegaafde kinderen denken en leren top-down in plaats van bottom-up

Bottom-up Top-down
Hapklare brokken Einddoel = start
Stap voor stap Kader nodig om te kunnen concentreren
Een nieuw onderdeel wanneer het voorgaande wordt beheerst Leren vanuit het geheel
Herhaling Onderliggende alleen aanvullen als dat nodig is
Einddoel = resultaat
 top-down bottom-up

Een top-down denker denkt vanuit het geheel en beredeneert terug. Hij heeft een totaaloverzicht nodig voordat hij de plaats ziet van een kleiner onderdeel en dat ook kan begrijpen. Zonder het totaalplaatje kan hij een detail geen handen en voeten geven en het zoeken naar de achtergrond belemmert hem om het kleine stapje dat wordt uitgelegd in zich op te nemen. Hij KAN alleen ‘leren’ wanneer hij inzicht krijgt in het geheel, de achtergrond, het kader, het doel, noem maar op. Pas dan ziet hij de plaats en de waarde van de kleinere stapjes in het leerproces en is hij in staat om zich erop te concentreren. Het is voor de top-down denker dus erg belangrijk dat de leerstof top-down wordt aangeboden. Dus: eerst het grote kader aanbieden, zoals uitleg van de gehele grammaticale regel, dan pas oefenen. Dit vergt een aanpassing van het over het algemeen bottom-up opgebouwde onderwijs, waarbij de leerstof uit kleinere stappen is opgebouwd en de hele regel vaak niet aan het begin, maar pas aan het eind van het proces aan de orde komt.

De top-down denker kiest niet bewust voor top-down denken; het heeft te maken met de ontwikkeling van de intelligentie. Waarmee niet gezegd is dat alle top-down denkers superintelligent zijn, maar er wordt wel aangenomen dat hoogbegaafde mensen van nature top-down denkers zijn. Op school willen deze kinderen weten hoe iets in elkaar zit, waarom bepaalde dingen moeten gebeuren en dergelijke. Ze hebben er behoefte aan te weten welke verwachtingen er ten aanzien van hen zijn, zodat ze daar ook aan kunnen voldoen. Ze hebben houvast aan een duidelijk rooster, een helder schema.

Kaders

De verwachtingen van de volwassene moeten gezien de capaciteiten van deze leerling hoog liggen. Niet om daarmee de leerling extra te belasten, maar omdat deze anders snel kan ´onderduiken´ in de groep. En dat is funest voor de persoonlijkheidsontwikkeling van deze kinderen. Hoogbegaafde leerlingen denken en werken vanuit kaders. Wanneer ze de verwachtingen van de leerkracht als hoog ervaren, is dát het kader waarbinnen ze zich inzetten om hun capaciteiten te ontplooien. Ervaren ze de verwachtingen van de leerkracht als laag (weinig moeite), dan is dát het kader (waaraan ze zonder enige inzet kunnen voldoen). Om kinderen te stimuleren hun talenten te ontwikkelen, is het dus belangrijk dat de leerkracht de leerling ziet zoals hij werkelijk is en de verwachtingen daarop afstemt. Daarmee wordt ook het zelfbeeld van deze leerling positief beïnvloed. Hoe realistischer de kijk op jezelf (dus zoals je werkelijk bent), hoe gelukkiger een mens zich voelt.

Motivatie

Slimme kinderen beginnen net zoals andere kinderen over het algemeen zeer gemotiveerd aan de basisschool. Hun verwachting is dat ze er gaan leren lezen, schrijven en rekenen. De werkelijkheid valt tegen. In plaats van letters en cijfers leren, moeten ze in de kring naar elkaar luisteren en veel samen spelen. Wat volwassenen zo belangrijk voor hen vinden is voor hen een grote teleurstelling. Tenzij de leerkracht in staat is om dit kind te laten merken dat het serieus wordt genomen en wordt uitgedaagd om het eigen creatieve denkvermogen te gebruiken. De aanname dat de hoogbegaafde leerling zijn/haar motivatie uit zichzelf haalt, en dus altijd toont meer aan te kunnen dan een doorsnee leerling, is een enorme valkuil. Deze leerling heeft het juist NODIG dat de leerkracht meer van hem vraagt. De tweede valkuil is dat er vaak gedacht wordt dat een hoogbegaafde leerling geen instructie nodig heeft. Deze leerlingen hebben, net als alle andere kinderen wel degelijk instructie nodig. Het aantal te nemen stappen en de duur van de instructie is hetgeen wat anders is. Krijgen deze leerlingen geen instructie dan lopen ze het risico zelf strategieën te ontwikkelen die wellicht niet juist zijn waardoor ze verstrikt kunnen raken in de leerstof. De taxonomie van Bloom is hierbij een handig hulpmiddel. Volgens Bloom wordt er onderscheidt gemaakt in lagere en hogere orde-vragen.

Hogere orde vragen

Bij hogere orde vragen en opdrachten zijn voor het antwoord of de uitvoering de vaardigheden analyseren, evalueren of creëren nodig. Het zijn vragen en opdrachten die zich richten op:

  • Stimuleren van leerlingen om verder en meer kritisch na te denken
  • Stimuleren van het probleemoplossend denkvermogen
  • Ontlokken van discussie
  • Stimuleren van leerlingen om zelfstandig op zoek te gaan naar informatie

Lagere orde vragen

Lagere orde vragen zijn vragen die een beroep doen op onthouden, begrijpen en (deels) toepassen. Dit type vragen is geschikt voor:

  • Evalueren van de voorbereiding en het begrip van leerlingen
  • Vaststellen van de sterktes en zwaktes van leerlingen
  • Herhalen en samenvatten van gegeven informatie

De beste verrijkingsmaterialen bestaan uit opdrachten die een beroep doen op het hogere orde denken.

Zes “niveaus” van Bloom

Het verschil tussen ‘lagere orde denken’ en ‘hogere orde denken’ is weergegeven in de Taxonomie van Bloom, waarin zes niveaus worden onderscheiden: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren. De niveaus dienen om een onderscheid te maken in de complexiteit van het kennisniveau waar een beroep op wordt gedaan. Er wordt hiermee geen volgorde voorgeschreven waarin een bepaald niveau aan bod zou moeten komen. Bij een rijke leeractiviteit worden in ieder geval meerdere niveaus aangesproken.

De taxonomie van Bloom kan onder andere gebruikt worden als hulpmiddel bij het formuleren van leerdoelen. Tevens kan deze gebruikt worden voor ideeën over acties waarmee deze leerdoelen gerealiseerd kunnen worden.

Sorteergedrag

Hoogbegaafde kinderen sorteren opgenomen kennis en leggen verbanden. Meestal komen ze hierdoor op onverwachte en originele oplossingen

sorteergedrag